Index >

Hervormd beroepingswerk 2003-2009

Verbazing alom. Een kandidaat die binnen de Protestantse Kerk in Nederland binnen korte tijd op tien beroepen kan rekenen. Velen kijken hun ogen uit. Binnen kerkelijke gezelschappen is dit het gesprek van de dag. Hoe het mogelijk is, breken er soms nieuwe tijden aan in het beroepingswerk van het hervormde deel? Daarbij komt dat juist dezer dagen veel wordt geschreven en gediscussieerd over het feit dat kandidaten nog nauwelijks aan de bak kunnen komen. Reden om de situatie eens breder te bestuderen. Temeer daar het eerder geplaatste overzicht over het beroepingsnieuws in 2009 meer vragen over de achtergrond van de bedankjes heeft opgeroepen. Zijn het enkele predikanten die een dozijn aanzoeken afwijzen of wachten steeds meer gegadigden op een tweede of derde klop op de pastoriedeur? Daarom is het beroepingswerk van het hervormde deel over de laatste zeven jaren nader uitgewerkt. Als startmoment is gekozen voor het jaar 2003. Zodoende blijft er einige vergelijking mogelijk met de periode waarin de fusie van de Protestantse Kerk in Nederland nog geen feit is. Sedertdien zijn veel hervormde gemeenten gefuseerd met voormalige plaatselijke gereformeerde kerken.

Wie zich over een langere tijd met het beroepingswerk bezig houdt, zal het beroepental voor kandidaat J.M. Molenaar overigens minder bijzonder voorkomen. Rond de jaren zeventig is het meer regel geweest dan uitzondering dat kandidaten die zich tot de Gereformeerde Bond rekenen op een flink aantal aanzoeken kunnen wachten. De eerste dertig jaren na de Tweede Wereldoorlog is het zeker 32 hervormde kandidaten overkomen dat zij over tien of meer beroepen moeten buigen (zie overzicht onderaan). Het is in 1956 aan kandidaat E.F. Vergunst om zelfs uit twintig verzoeken een keuze te maken.Vervolgens bemerk je sedert de jaren tachtig een duidelijke afname in dit aantal.

Degene die bereid is nog verder terug te kijken, ziet sinds het vertrek van hervormde leden in het jaar 2004 zich iets herhalen van de periode na de Doleantie. Destijds is eveneens de vraag explosief naar beginnende en ervaren predikanten die gepokt en gemazeld zijn door de gereformeerde beginselen enorm gegroeid. Iemand als ds. E.A. Lazonder, waarover elders meer is geschreven, houdt er ruim driehonderd beroepen aan over. Feitelijk is dit ook niet zo bijzonder. Immers er trekt een groep predikanten weg die voor een belangrijk deel vacante gemeenten achterlaten. Bovendien zijn deze personen niet meer beroepbaar zodat de vijver waarin gevist kan worden veel kleiner is geworden. Overzichten met beroepbare predikanten die zich verwant voelen met de Gereformeerde Bond en dan ook nog eens jonger dan vijftig jaar zijn, blijken snel door te nemen. Bij de gesignaleerde ontwikkelingen zal de vraag ook groter worden daar binnen enkele jaren veel predikanten met emeritaat gaan.

Onderstaand leest u de beroepen die in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2009 zijn uitgebracht door hervormde gemeenten, die dan (nog) niet in een protestantse gemeente ter plaatse zijn opgegaan.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
aantal uitgebrachte beroepen door herv. gemeenten 209 188 198 210 206 183 179

Het blijkt dat door deze gemeenten in die tijdspanne gemiddeld jaarlijks een kleine tweehonderd verzoeken zijn overgebracht. Uitgezonderd het jaar van het vertrek van het hersteld hervormde deel ligt dit aantal aan het begin van de betreffende periode hoger. Opmerkelijk is dat het getal in het jaar 2006 juist weer een hoogtepunt bereikt. Daarna is een duidelijke daling van het aantal zichtbaar (van 210 naar 179). Deze daling wordt voor een belangrijk deel ingegeven doordat sinds 1 mei 2004 steeds meer hervormde gemeenten samengaan met de gereformeerden ter plaatse. Bij de gefuseerde gemeenten stijgt het aantal uitgebrachte beroepen over deze periode van 60 naar 86. Het aantal hervormde gemeenten dat een beroep heeft uitbracht is in een dergelijke verhouding verminderd.

Meer spannend wordt de vraag of er iets is veranderd bij de voorkeur van gemeenten. Ofwel gaan de ogen uit naar iemand die z’n eerste stappen nog in de kerk moet gaan zetten of willen de gemeenten vooral ervaring zien.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
aantal beroepen voor kandidaten 40 19% 30 16% 24 12% 35 17% 27 13% 23 13% 34 19%
aantal beroepen voor predikanten 169 81% 158 84% 175 88% 173 83% 179 87% 160 87% 145 81%

Over de gehele periode zijn 213 beroepen naar de kandidaten gegaan en 1159 aanzoeken naar personen die reeds eerder elders ervaring hebben opgedaan. Het gaat hier om respectievelijk om 16 en 84 procent. Kerkenraden gaan dus duidelijk over de hele periode veel meer voor de ervaring. Opmerkelijk is het wat wisselende beeld zodat een constante lijn ontbreekt. Dat valt veel vaker op in het beroepingswerk dat er een bepaalde cyclus kan worden teruggevonden. Situaties herhalen zich na een periode van zo’n vijf of zes jaar. In 2003 en 2009 laten de percentages merkwaardig genoeg een overeenkomstig getal zien. Het lijkt er evenzeer op dat bij vermindering van het aantal beroepen de kandidaten als eersten worden gepasseerd.

Naar aanleiding van het jaaroverzicht van 2009 heeft een belangstellende gevraagd naar meer detaillering van het aantal beroepen. Daartoe is eerst uitgezocht hoeveel personen een aanzoek van elders hebben gekregen.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
aantal beroepen personen 171 100% 154 100% 132 100% 136 100% 132 100% 131 100% 122 100%
aantal beroepen predikanten 135 79% 129 84% 110 83% 108 82% 108 79% 110 84% 91 75%
aantal beroepen kandidaten 36 21% 25 16% 22 17% 28 18% 24 21% 22 16% 31 25%

De aangegeven periode laat zien dat er jaarlijks gemiddeld 140 personen door een hervormde gemeente met een beroep worden vereerd. In het beginjaar staat het totaal op 171 en voor de predikanten op 135. In volgende jaren blijkt de vraag naar predikanten eerst groter. Daarentegen blijkt ook in 2009 er meer oog voor kandidaten. Afgezet tegen het totaal van 1.433 dienstdoende hervormde predikanten (bron Jaarboek Nederlandse Hervormde Kerk 2003-2004) en de beroepen van S.O.W. gemeenten betekent dit in 2003 in de hervormde kerk slechts 1 op circa 9 predikanten naar een beroep heeft kunnen uitzien. Dit percentage is sindsdien alleen maar groter geworden. In 2009 blijkt zestien procent van de dominees die in een hervormde gemeente staat voor een beroep in aanmerking te zijn gekomen. Blijkens opgaves in het Jaarboek Protestantse Kerk in Nederland 2009-2010 zijn er aan het begin van 2009 nog 580 predikanten aan hervormde gemeenten verbonden.

Vervolgens gaan we bezien hoe het met de aantallen beroepen per betrokkene is gegaan.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
aantal personen met een beroep 145 85% 129 84% 103 78% 104 76% 94 71% 97 74% 94 77%
aantal personen met meer beroepen 26 15% 25 16% 29 22% 32 24% 38 29% 34 26% 28 23%

Personen die sinds 2005 beroepbaar zijn kunnen meer dan daarvoor rekenen op een tweede aanzoek of zelfs meer. Dat percentage is in vijf jaar tijd zelfs bijna verdubbeld (van 15 naar 30). Sinds 2008 zie je een omslag.

Vergelijkingen tussen aangezochte predikanten en kandidaten geven het volgende beeld.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
aantal predikanten met een beroep 112 83% 107 83% 82 75% 79 73% 72 67% 78 71% 66 73%
aantal predikanten met meer beroepen 23 17% 22 17% 28 25% 29 27% 36 33% 32 29% 25 27%
jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
aantal kandidaten met een beroep 33 92% 22 88% 21 95% 25 89% 22 92% 21 91% 28 90%
aantal kandidaten met meer beroepen 3 8% 3 12% 1 5% 3 11% 2 8% 2 9% 3 10%

Bij de beroepen predikanten met ervaring neemt het aantal personen dat jaarlijks meer beroepen ontvangt sedert 2005 toe tot een maximum van eenderde deel in 2007. Sedertdien gaat dit aantal weer terug. Bij de kandidaten blijft de beroepenteller nagenoeg altijd op een mogelijkheid staan. Opmerkelijk is juist een score met meer beroepen voor hen in het bijzondere jaar 2004.

Onderstaand overzicht biedt meer inzicht in de hoeveelheid personen (predikanten en kandidaten) die een of meer beroepen in het betreffende jaar ontvingen.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
Een beroep 145 129 103 104 94 97 94
Twee beroepen 16 19 11 17 18 22 18
Drie beroepen 9 4 8 5 8 8 4
Vier beroepen - 1 4 2 9 2 1
Vijf beroepen 1 1 3 3 2 2 -
Zes beroepen - - 2 2 1 - 3
Zeven beroepen - - 1 2 - - 1
Acht beroepen - - - 1 - - 1

Meteen wordt duidelijk dat sedert het jaar 2005 het weer vaker voorkomt dat gegadigden op meer beroepen kunnen reken. Zelfs ook op meer dan twee of drie. Een totaal van zeven of acht per jaar is geen uitzondering meer.

Vervolgens is een splitsing gemaakt naar predikanten en kandidaten. Allereerst een overzicht van het aantal predikanten.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
Een beroep 112 107 82 79 72 78 66
Twee beroepen 14 18 11 16 17 20 15
Drie beroepen 8 2 7 4 7 8 4
Vier beroepen 0 1 4 2 9 2 1
Vijf beroepen 1 1 3 2 2 2 -
Zes beroepen 0 0 2 2 1 - 3
Zeven beroepen 0 0 1 2 - - 1
Acht - - - 1 - - 1

Vevolgens is bekeken hoe de getallen bij de kandidaten er uitzien.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
Een beroep 33 22 21 25 22 19 28 personen
Twee beroepen 2 1 0 1 1 2 3 ,, ,,
Drie beroepen 1 2 1 1 1 - - ,, ,,
Vier beroepen - - - - - - - ,, ,,
Vijf beroepen - - - 1 - - - ,, ,,

Eerder is al duidelijk geworden dat vooral de predikanten meer verzoeken ontvangen. Uit deze overzichten blijkt ook dat zij de grotere aantallen beroepen ontvangen. Het aantal blijft bij kandidaten op een uitzondering in 2005 toch meestal beperkt tot maximaal drie keuzemogelijkheden.

Om te zien of de beroepen ook over een langere termijn op een kleinere groep predikanten wordt uitgebracht is een overzicht gemaakt van het aantal personen afgezet tegen het aantal beroepen dat zij hebben ontvangen in de periode van 2003 tot en met 2009. Dat geeft het volgende beeld.

Een beroep 518 71%
Twee beroepen 89 12%
Drie beroepen 49 7%
Vier beroepen 21 3%
Vijf beroepen 14 2%
Zes beroepen 13 2%
Zeven beroepen 9 1%
Acht 3
Negen 2
Tien 5 1%
Elf 2
Twaalf 1
Dertien 2
Veertien 3
Twintig 1
Een-en-twintig 1

Slechts tien procent van de betrokken personen hebben in de periode tussen 2003 en eind 2009 vier of meer beroepen ontvangen. Daarbij moet worden aangetekend dat sommige personen in dit tijdvak twee keer beroepbaar zijn geweest en een nieuwe start hebben gemaakt. Slechts 1 procent heeft meer dan tien beroepen ontvangen.

Tenslotte resteert de vraag hoe het nu met de bedankjes zit. Wordt er in over het geheel genomen makkelijker bedankt? Ook als de betreffende persoon slechts een of twee beroepen heeft gekregen of gaat het meer om de uitschieters bij het groter wordende getal bedankjes? Hiertoe zijn opnieuw de cijfers over de jaren 2003 tot en met 2009 geordend.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
aantal uitgebrachte beroepen door herv. gemeenten 209 188 198 210 206 183 179
totaal aantal bedankjes 81 39% 75 40% 98 49% 111 53% 109 53% 87 48% 99 55%
door kandidaten 4 6 3 8 5 4 4
door Predikanten 77 69 95 103 104 83 95

De cijfers laten bovenaan meteen zien dat het percentage van beroepen uit hervormde gemeenten waarvoor wordt bedankt behoorlijk is toegenomen (van 39 in 2003 naar 55 in 2009). Bij de onderverdeling valt meteen op dat predikanten veel vaker dan kandidaten hoofdschuddend een beroep hebben beantwoord. In de tijden met de grote aantallen beroepen van kandidaten is dit wel anders geweest.

Overzicht van aantal predikanten dat in de jaren van 2003 tot en met 2009 jaarlijks voor een of meer beroepen van een hervormde gemeente heeft bedankt.

jaartal 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
Een beroep 39 71% 36 73% 24 52% 31 62% 28 51% 32 62% 23 50%
Twee beroepen 12 22% 9 19% 10 22% 7 14% 13 24% 13 25% 15 33%
Drie beroepen 3 5% 2 4% 4 9% 4 8% 9 16% 4 8% 2 4%
Vier beroepen 0 1 2% 4 9% 2 4% 3 5% 2 4% 1 2%
Vijf beroepen 1 2% 1 2% 2 4% 1 2% 1 2% 1 2% -
Zes beroepen - - 1 2% 2 4% 1 2% - 3 7%
Zeven beroepen - - 1 2% 3 6% - - 2 4%

Het percentage van hervormde predikanten dat gedurende een aangegeven jaar voor vijf of meer beroepen heeft bedankt, circuleert alleen in de jaren 2006 en 2009 rond de 11 en 12 procent. In de andere jaren is dit nagenoeg te verwaarlozen. Tot en met het jaar 2004 heeft meer dan negentig procent voor maximaal twee beroepen bedankt. Sedertdien is dit enkele jaren ruim zeventig procent geweest en de laatste twee jaren weer rond de tachtig procent.

Overzicht van personen die sedert de Tweede Wereldoorlog als kandidaat tien of meer beroepen ontvingen

E.F. Vergunst 1956 20
C. Evers 1970 16
W.Chr. Hovius 1961 16
C. van den Bosch 1950 14
J. Smit 1952 14
Jac. Westland 1971 14
W. Arkeraats 1971 13
G. van Estrik 1952 13
G. Jansen 1972 13
G.C. Kunz 1969 13
H. Roseboom 1977 13
J. Blom 1974 12
W. van Gorsel 1967 12
Iz. Kok 1956 12
G. Post 1969 12
H. Veldhuizen 1968 12
P. Westland 1950 12
A. Beens 1972 11
A. Gooijer 1957 11
J. van de Ketterij 1974 11
H. van der Post 1970 11
A. de Reuver 1972 11
H. Vreekamp 1971 11
J. van Wier 1946 11
D.J. Budding 1978 10
J.E. de Groot 1972 10
J. den Hoed 1956 10
G.S.A. de Knegt 1971 10
A.N. Langhout 1946 10
E.J. Schimmel 1950 10
W. van Tuyl 1947 10
W. Verboom 1967 10

zaterdag 27 mei 2017